Dagloon
De lijkwagen, die nu geen dienst meer doet, en het koetshuis worden bij
inschrijving verkocht. Het koetshuis en het stukje grond gaan voor ƒ 100,-- naar
de heer A.F.Groenier. Voor de lijkwagen is maar 1 inschrijving binnengekomen,
van de zonen van Duursema. Die brengt slechts ƒ 20,-- op. Later blijkt dat ze
deze in onderdelen weer hebben verkocht.
De rechten van een koopgraf worden met ƒ 25,-- verhoogd tot ƒ75,--.
De penningmeester en de secretaris krijgen een jaarvergoeding van ƒ 200,--. De
secretaris vindt dit voor zichzelf te veel en geeft ƒ 50,-- terug
Tot een uniforme regeling van de contributie wordt overgegaan in 1966. Door die
uniforme regeling kan de commissie van de bijstand, die de contributie naar
draagkracht regelde, worden opgeheven.
De naam begrafenisvereniging verandert in uitvaartvereniging, want de vereniging
verzorgt inmiddels ook crematies.
De dragers krijgen in het vervolg een volledige dagloon. Daardoor ontstaat er
veel geharrewar bij de eerste keer dat er 2 begrafenissen op 1 dag zijn . De
dragers eisen dat er per begrafenis wordt uitbetaald, maar het bestuur vindt dat
een dagloon een dagloon is, ook al zijn er 2 begrafenissen op een dag. Het
bestuur wordt gedwongen om direct te beslissen en niet te wachten op een
ledenvergadering. Gebeurt dit niet, dan stapt het voltallige personeel op. Om
niet in moeilijkheden te komen en erger te voorkomen bij de eerstvolgende
begrafenis, gaat het bestuur overstag. Bij de ledenvergadering worden er alsnog
vragen gesteld over het voorval. De voorzitter moet een en ander uit de doeken
doen. Ge aanwezige leden vinden het hele gebeuren stijlloos. Na veel discussie
wordt er uiteindelijk een tussenoplossing gevonden. De dragers krijgen geen
tweede begrafenis uitbetaald, maar krijgen een bepaald bedrag hiervoor.