Tot
zover het belangrijkste, en ook wat mindere voorvallen, uit de notulen van de
Uitvaartvereniging Tweed Exloërmond en Omstreken.
Sinds de oprichting in 1912 is er veel veranderd in het uitvaartwezen. Zie
bijvoorbeeld de kistlegging. Vroeger werden de familie en de naaste buren
uitgenodigd om dit bij te wonen. De afleggers gingen de overledene de
lijkkleding aantrekken en ‘kisten, terwijl da aanwezigen in een ander vertrek
koffie met koek kregen. Als het personeel klaar was, kon men de dode
‘bezichtigen’. Bij het begraven bleven de naaste buurvrouwen in het sterfhuis
achter, terwijl familie en vrienden de begrafenisstoet volgden. Kwam de
rouwstoet terug, dan waren de achtergordijnen of de blinden weer geopend en
stond er koffie met broodjes klaar voor iedereen. Dan werd er vaak nog heel veel
nagepraat. De buurvrouwen die dit hadden verzorgd, kregen van de naaste familie
wat geld..
Tussen 1960 en 1960 gebeurde dit nog regelmatig. Toen de aula kwam, veranderde
het allemaal. Noaberhulp is nu ‘helaas’ bijna helemaal verdwenen
Wat gelukkig ook bijna verdwenen is, is kindersterfte. Dit komt maar een enkele
keer meer voor.
Lijkkoetsen werden rouwauto’s of limousines.
Het hele uitvaartwezen is commerciëler geworden. Gelukkig zijn er in de meeste
dorpen verenigingen, waaronder die in 2de Exloërmond, die zonder winstoogmerk de
uitvaarten verzorgen.
De uitvaart kan tegenwoordig naar eigen inzicht worden geregeld.
Bijvoorbeeld: opbaring thuis of in de aula, geheel in het wit, met twee of vier
paarden en een lijkkoets, per boot of zelfs per bakfiets.
Bij uitvaartvereniging Tweed Exloërmond en Omstreken gebeurt alles nog normaal,
tenminste wat wij normaal vinden.
Noten
Kort na de oorlog werd de geldzuivering doorgevoerd door minister P. Lieftinck
Hij was aanvankelijk lid van de Christelijke Historische Unie, maar sloot in
1946 aan bij de PvdA
In1945 was er veel te veel geld in omloop, terwijl er aan bijna alles gebrek
was.Hij sprak de legendarische woorden:”Nederland lijkt op een leeg”gekochte
winkel met een voervolle geldlade”
Hij zorgde in 1945 voor de nodige geldsanering. Alle in omloop zijnde
bankbiljetten werden ongeldig verklaard en moesten ingeleverd worden. De
zwarthandelaren konden op deze wijze hun grote winsten niet langer geheim houden,
of zij bleven met waardeloze bakbiljetten zitten. Al het ingeleverde bankpapier
werd voorlopig op een geblokkeerde rekening geplaatst. Iedere Nederlander kreeg
de eerst week ƒ 10,-- om van te leven. Er was veel zgn. zwart geld in omloop.
Het andere geld werd geblokkeerd, maar later vrijgegeven.
(auteur de heer G.Ottens)
p/a: J. Lukens de Rail 63 9503 AX Stadskanaal Tel: 0599-650792